De Complexe Realiteit van Eritreeërs in Nederland

Een dag nadat de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wouter Koolmees, in het parlement erkende dat het huidige inburgeringsbeleid een chaos is, dat sommige inburgeringsbureaus er met de pet naar gooien, en dat gemeenten weer verantwoordelijk moeten worden voor inburgering, heeft zijn ministerie een lang geplande bijeenkomst gehouden over de desastreuze gevolgen van het inburgeringsbeleid voor Eritrese nieuwkomers, en over andere zaken. Hieronder volgt de tekst van de keynote presentatie die ik op deze bijeenkomst heb gegeven.

Introductie

Dank voor de introductie Amma Assante. Dank Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en in het bijzonder ESS, voor het organiseren van deze bijeenkomst. En dank gemeenten en gemeenschap voor het samenwerken. De collectieve aanwezigheid en inspanning maakt dit een unieke bijeenkomst, en een hopelijk het begin van iets waardevols.

Tegen mij natuur in heb ik de tekst voor de presentatie van vandaag, volledig uitgeschreven. Dit omdat ik het ontzettend belangrijk vind dat dat wat ik te vertellen heb - woord voor woord – én transparant is én toegankelijk voor mensen die hier vandaag niet aanwezig kunnen zijn. Ik zal de tekst dan ook beschikbaar maken voor een ieder op mijn website sennay.net.

Persoonlijke achtergrond

Ik zal eerst kort wat vertellen over mijzelf, zodat U beter kunt plaatsen wat en waarom ik vertel. Ik ben geboren in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopie, waar mijn ouders destijds tijdelijk studeerden en werkten. In 1975 zijn mijn ouders permanent teruggekeerd naar Asmara. Toen in 1979 uitkwam dat zij onderdeel waren van de Eritrese vrijheidsbeweging, moesten zij hals over kop op de vlucht, samen met mij en mijn twee zussen. Op de foto, genomen tijdens onze vlucht in de buurt van Sahel door de Amerikaanse journalist en schrijver Dan Connell, word ik gedragen door een vrijheidsstrijder. Via Soedan en Italië zijn wij in 1979 in Nederland terecht gekomen, als een van de eerste Eritrese gezinnen. Op de foto ben ik samen met mijn zus aan het inburgeren in Schiedam, gewoon op straat en zonder institutionele druk. Mijn ouders, mijn zussen en ik zijn altijd maatschappelijk betrokken geweest bij de Eritrese gemeenschap in Nederland, samen veel anderen. Sinds enkele jaren vraag ik ook als wetenschapper aandacht voor de situatie van Eritreeërs hier.

Doel presentatie

Misschien zal het een deel van U teleurstellen, maar het doel van mijn presentatie vandaag is niet informeren over de hardvochtige leefomstandigheden in Eritrea, of over de onmenselijke vluchtervaringen van Eritreeërs in Afrika, tegenwoordig met name in Libië. Ook niet over de soms ongevoelige ontvangst in Europa van Eritrese nieuwkomers. Over deze onderwerpen is inmiddels veel gezegd en geschreven in de politiek, media en wetenschap. Als het goed is komt COA binnenkort met een compleet boek over Eritrea en Eritrese vluchtelingen. Ik verwijs U dus graag door naar de literatuur, en naar de vele informatieworkshop en trainingen die veel Eritrese Nederlanders tegenwoordig geven.

Het doel van deze presentatie is om - op een prikkelende manier - bewustwording te creëren over 1) de complexe realiteit waarin Eritreeërs in Nederland leven, 2) de uitdagingen en kansen die voor ons allen staan, en 3) de urgentie voor actie. Zoals vele weten, attendeer ik de Eritrese gemeenschap en de bredere samenleving nu al enkele jaren dat het vijf voor twaalf is. Vandaag is het vijf over twaalf. Collectieve actie is wat nu nodig is, niet verkennende studies, die in essentie een vlucht achteruit zijn.

Groepen Eritreeërs in Nederland

Ik maak onderscheid tussen twee groepen Eritreeërs in Nederland. Groep A is in de periode 1980-2000 gevlucht uit Eritrea voor de bezetting door het Ethiopisch regime. Deze groep bestaat uit subgroep A1, gevlucht tijdens de burgeroorlog, en subgroep A2 voornamelijk gevlucht voor de naweeën van de burgeroorlog. Gemakshalve refereer ik naar deze groep A met “Eritrese Nederlanders”.

Groep B is gevlucht in de periode 2000-2015 voor onderdrukking door het Eritrese regime zelf. Deze groep kan weer onderverdeeld worden in groep B1, vooral dienstplichtigen die deel hebben genomen aan de grensoorlog met Ethiopie tussen 1998-2000. En een groep B2, jonge Eriteeërs die preventief vluchtten voor sociopolitieke repressie en gedwongen militaire dienstplicht. Naar deze groep B refereer ik met “Eritrese nieuwkomers”

Ik ben me er van bewust dat ik een grof onderscheid maak, en dat er meer groepen en subgroepen denkbaar zijn. Maar in mijn verhaal vandaag staan deze twee groepen, A en B, centraal.

Achtergrond groepen Eritreeërs in Nederland

Enkele belangrijke kenmerken van Eritrese Nederlanders zijn de volgende. Het gaat om redelijk goed opgeleide gezinnen, die voor een groot deel uit grotere Eritrese steden komen. Ze hebben vaak een sequentiele vluchtervaring meegemaakt, en zijn via twee of drie geplande tussenstappen, en met behulp van sociale vangnetten in een warmhartig Europa beland. Ik ben een typisch voorbeeld van een Eritreeër uit deze groep. Gevlucht met gezin, via Sudan en Italië in Nederland terecht gekomen, en mij snel thuis gevoeld in Nederland.

Eritrese nieuwkomers, en vooral groep B2, zijn juist voornamelijk laagopgeleide jongeren uit het platteland. Velen van hen zijn tieners die zonder medeweten van hun ouders zijn gevlucht. Ze hebben vaak een circulaire vlucht meegemaakt. Sommigen zijn bijvoorbeeld via Ethiopië en Soedan, in de Sinai terecht gekomen, en vervolgens weer terug naar Soedan om via de Sahara in Libië terecht te komen. En bijna allen, vooral jonge Eritrese vrouwen, hebben op hun vlucht te maken gehad met mensenhandelaren, verkrachters, folteraars en moordenaars. De slavernij situatie in Libië, die nu veel aandacht trekt in de internationale media, is iets wat Eritreeërs al jaren ervaren. En dan komen ze uiteindelijk in een Europa terecht waarin de vluchtelingencrisis centraal staat.

Zelf-beeld Eritreeërs

Een deel van de complexe realiteit van Eritreeërs in Nederland, ligt in de eenzijdige, en soms verkeerde beelden over hen. Dat geldt zowel voor het zelfbeeld van Eritreeërs, als voor het heersende beeld in de samenleving.

Ik benadruk twee zelfbeelden van Eritrese Nederlanders. Een is, dat deze groep het goed doet in de Nederlandse samenleving. Bijvoorbeeld dat deze groep het goed doet op de arbeidsmarkt. Zeker dit laatste is een verkeerd beeld als je statistieken mag geloven. Twee is, dat Eritrese Nederlanders een grote afstand hebben tot Eritrese nieuwkomers. Tot een zekere hoogte klopt dit beeld, maar het is vooral een eenzijdig beeld. Een beeld dat berust op het verschil in politieke vluchtmotieven. Ik zal hier zo verder op in gaan.

Mede door het verkeerde en eenzijdige zelfbeeld van Eritrese Nederlanders, is het zelfbeeld van een groot deel van Eritrese nieuwkomers, dat ze zich op een grote afstand bevinden van zowel Eritrese Nederlanders als van de bredere samenleving - op deze slide aangeduid met een C. Eritrese nieuwkomers wordt een politieke kloof met Eritrese Nederlanders voorgespiegeld, en een culturele kloof met de bredere Nederlandse samenleving.

Het resultaat is een één-dimensionaal beeld van de realiteit, zoals afgebeeld op de slide.

Beeld in de samenleving

Ook debet aan dit één-dimensionaal zelfbeeld van Eritrese nieuwkomers is het dubbele beeld in de bredere samenleving over Eritreers. Over Eritrese Nederlanders is weinig kennis, en weinig zicht op. Dit komt mede omdat publieke berichtgeving over Eritreeërs zo goed als afwezig was tussen 1980 en 2010. En als er al een beeld is dan is het dat er een culturele afstand is tussen hen en de Nederlandse samenleving.

Over Eritrese nieuwkomers is - door alle recente berichtgeving - juist wel een heel concreet beeld in de samenleving. Helaas gebeurt de berichtgeving niet altijd op een betrouwbare en brede manier. De focus is op de grote afstand tussen Eritrese nieuwkomers en de Nederlands samenleving. Hierbij wordt te pas en te onpas gewezen op culturele verschillen.

De complexe realiteit

De complexe realiteit is dat er meerdere afstanden zijn tussen Eritrese Nederlanders, Eritrese nieuwkomers en de Nederlandse samenleving, en dat deze afstanden groot zijn. Maar belangrijker dan de afstanden zijn de spanningen die ten grondslag liggen aan deze afstanden. Want alleen door aan die spanningen te werken kunnen afstanden verkleind worden. Er zijn er meerdere. Op drie wil ik de aandacht vestigen. Politiek spanningen tussen Eritrese Nederlanders en Eritrese nieuwkomers. Sociale spanningen tussen Eritrese Nederlanders en de bredere samenleving. En psychologische spanningen tussen Eritrese nieuwkomers en de samenleving .

Politieke spanningen

Politiek spanningen tussen Eritrese Nederlanders en Eritrese nieuwkomers hebben een historische basis. Eritrese Nederlanders leefden in een door Ethiopie bezet en gecontroleerd Eritrea, waarin de socio-economische structuur grotendeels intact was, en waarin Eritreeërs - tot op een zekere hoogte - een eigen invulling konden geven aan het leven. Mijn ouders, en die van vele anderen hier, leefden destijds in die Eritrea.

Eritrese nieuwkomers, daarentegen, leefden onder strenge toezicht en controle van het Eritrese regime, en hebben de socio-economische desintegratie in het land voor hun ogen zien gebeuren. Zij hebben een leven geleid dat grotendeels werd gedicteerd door angst voor het eigen regime. Hun dromen over opleiding, werk en gezin werden uiteindelijk nachtmerries.

Deze twee hele verschillende ervaringen met het leven in Eritrea creëren politieke spanningen tussen Eritrese Nederlanders en Eritrese nieuwkomers. Eritrese nieuwkomers worden door een groot deel van Eritrese Nederlanders , vooral door nostalgische ouderen en door gemeenschapleiders, gezien als gelukzoekers en als landverraders. Wat mij betreft geheel onterecht.

Sociale spanningen

De sociale spanningen tussen Eritrese Nederlanders en de bredere samenleving, zijn gedeeltelijk toe te schrijven aan de sociale cohesie en controle onder Eritrese Nederlanders. Maar ook aan politieke sturing vanuit Eritrea. In het verleden was deze sturing erg expliciet. Tegenwoordig is deze sturing impliciet, vaak verscholen in culturele of religieuze activiteiten. Ook de beperkte maatschappelijke bedrijvigheid van Eritreeërs in Nederland werkt spanning opwekkend.

Aan de andere kant zijn sociale exclusie en isolatie in de Nederlandse samenleving een bron van spanningen. Ook discriminatie en dagelijkse maatschappelijke obstakels zoals bereikbaarheidsproblemen, overregulering en bureaucratie voeden spanningen. En dit is zonde want zo krijgt de potentie onder Eritreeërs minder kans om te bloeien. Bovendien is dit is koren op de molen van het regime in Eritrea dat er continue op wijst dat je misschien wel in Nederland woont, maar dat je er geen rechten hebt en geen kansen krijgt. Vooral na de gebeurtenissen in Veldhoven eerder dit jaar is hier flink op gehamerd. De onderliggende boodschap is: je bent en blijft een Eritreeër.

Psychologische spanningen

Ik wil een aantal psychologisch bronnen benadrukken die voor spanning zorgen tussen Eritrese nieuwkomers en de bredere samenleving. Eritrese nieuwkomers zijn hypergelovig en hypergevoelig. Soms wordt er ook wel eens gerefereerd naar de seksuele ongeremdheid van Eritrese nieuwkomers. Dit is niet iets cultureels zoals veel Nederlanders hulp- en dienstverleners weleens denken, maar komt door opgedane ervaring in Eritrea en op de vluchtroute. Hypergelovigheid, hypergevoeligheid en hyperseksualiteit zijn normale reacties op abnormale ervaringen. Het zijn overlevingsmechanismen die ook als zodanig benaderd dienen te worden.

Twee andere psychologische spanningen hebben hun oorsprong in de Nederlandse samenleving, maar zitten zo diep, dat veel Eritrese nieuwkomers deze hebben geïnternaliseerd. Ten eerste stress over regels, procedures en repercussies, met name mbt inburgering en gezinsherenigingsprocedures. Ten tweede het gevoel tweederangs burgers te zijn. In sommige gevallen is dit gevoel gebaseerd op foute perceptie, maar steeds vaker ook niet. Zo krijg ik steeds vaker berichten van Nederlandse dienst en hulpverleners, soms anoniem, die mij wijzen op onrecht in juridische, medische of educatieve hulp aan Eritrese nieuwkomers. Na verdere onderzoek blijkt vaak dan inderdaad sprake van grove foute in processen en procedures.

Verder dragen bij aan psychologische spanningen: onwetendheid en onbegrip in de media over ervaringen van Eritrese nieuwkomers, onrealistische verwachting van zelfredzaamheid door overheid en gemeenten, en de nadruk op cultuur als verklarende factor bij veel onderwijs en zorginstellingen.

Dreigingen

Ik zie een aantal dreigingen op het pad naar een betere toekomst. Vanuit de bredere samenleving is dat - in de eerste plaats - het blindstaren op specifieke spanningen, vooral culturele spanningen. Blindstaren maskeert de interactie tussen spanningen en dus de onderliggende complexiteit. Dit leidt tot tijdelijke of schijnoplossingen. Eritrese nieuwkomers de Nederlandse taal leren of aan het werk krijgen – bijvoorbeeld – gaat moeizaam als er geen rekening wordt gehouden met hun nog te verwerken leed, hun medische en financiële zorgen, of ondoenlijke inburgerings- en gezinsherengingeisen.

Een meer holistische en integrale kijk en aanpak is nodig voor de complexe situatie van Eritrese nieuwkomers. Dit vergt goodwill, samenwerking en lange termijn investering langs de hele keten van oorzaken en gevolgen. Maar niet iedereen staat daar op te wachten of kan dat opbrengen. De focus op quick-fixes zie ik als een dreiging. Een andere dreiging is de toenemend overlevering aan de markt, bijvoorbeeld aan inburgeringsbureaus wiens primaire doel is om winst te maken. Gisteren nog heeft Minister Koolmees van Sociale Zaken aangegeven dat hij is geschrokken van de chaos rondom inburgering, dat sommige inburgeringsbureaus er met de pet naar gooien, en de verantwoordelijkheid weer bij gemeenten moet komen te liggen. Deze realisatie is een belangrijke eerste stap, maar er is veel meer nodig.

Tot op een zekere hoogte geldt marktwerking ook steeds meer voor Eritrese initiatieven. In het verleden was er een hele hoge mate van zelf-organisatie onder Eritreeërs in Nederland. Terugkijkend zou je kunnen stellen dat deze zelf-organisatie politiek gemotiveerd was. Nu lijkt er opnieuw sprake van een zelf-organisatie golf, maar dit keer om lucratieve reden. Het aantal Eritrese tolken, vertaal bureaus, en integratiecoaches groeit als paddenstoelen uit de grond. Dit is op zich erg goed, en heel hard nodig, maar niet als dit leidt tot ongezonde concurrentie. Ook niet als ongekwalificeerde, onbekwame of onbetrouwbare personen als ervaringsdeskundigen aan de slag gaan - zonder toezicht en verantwoordingplicht. Het is belangrijk nieuwkomers te vragen of ze daadwerkelijk wat hebben aan geboden diensten en hulp.

Kansen

Ik zie ook positieve ontwikkelingen. Vanuit de Eritrese gemeenschap zie ik dat Eritrese Nederlanders, vooral jongeren, zich schoorvoetend openen naar Eritrese nieuwkomers en naar de samenleving in het algemeen. De sociopolitieke druk en intimidatie vanuit de Eritrese gemeenschap lijkt aan kracht te verliezen. Dit is hoopgevend, ik hoop dat dit zich verder ontwikkeld. Want het is verspilling dat ook vandaag kundige Eritrese Nederlanders niet aanwezig wilden zijn omdat ze angst hebben in een bepaalde sociopolitieke hoek te worden gestopt.

Ik zie ook veel latente talenten onder Eritrese Nederlanders en Eritrese nieuwkomers. De sprekers voor mij zijn daar voorbeelden van. Er zijn meer nieuwkomers zoals zij. Ik zie in hen een onwijze potentie, en een sterke wil om hier wat van het leven te maken, als individu, als groep en als samenleving. Het is goed dat Eritrese nieuwkomers steeds vaker ruimte en middelen krijg om zich te ontplooien en Eritrese Nederlanders om zich te professionaliseren. Het kan echter nog meer en beter!

Positieve ontwikkelingen vanuit de bredere samenleving zijn de groeiende bewustwording over de situatie van Eritreeërs in Nederland, en over de noodzaak om actie te ondernemen rondom deze situatie. Ook positieve is dat de maatschappij in een rap tempo aan het veranderen is door globalisering en modernisering. Nieuwkomers krijgen de kans om mee te veranderen, samen met alle andere burgers die ook moeten aanpoten om bij te blijven. En dit laatste is ook de verbindende boodschap in dit slot filmpje.

Recent Posts

Contact

  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • YouTube

Sennay Ghebreab, room C3.254

Informatics Institute, University of Amsterdam

Science Park 904, 1098 XH Amsterdam

Email: s.ghebreab@uva.nl  Tel: +31-20-5252270