Staat van het internet-lezing 2021

Deze lezing is gebaseerd op het essay "De nieuwe samenleving vraagt om digitale geletterdheid en gecijferdheid” voor het boek Naar een nieuw kabinet van sociale rechtvaardigheid.


Systeemveranderingen op cultureel, sociaal, economisch en politiek vlak zijn volop aan de gang in Nederland, in Europa en de rest van de wereld. Instituties die traditioneel mensen helpen verbinden en socialiseren, zoals kerken, vallen weg en maken plaats voor digitale echokamers. Privatisering, marktwerking en individualisering dringen door tot het publieke domein en veranderen publieke waarden mede onder invloed van BigTech. En populistische dogma’s krijgen meer vat op de politiek en op overheidssystemen. Denk aan toeslagenaffaire. Bovendien wordt de wetenschap in toenemende mate ondermijnd door de waanideeen – een ontwikkeling die tijdens de Corona pandemie sterk zichtbaar is geworden.


Deze systeemveranderingen vertalen zich bij de burger in onzekerheid over de samenleving. Zoals de Britse neurobioloog, schrijver en politiek commentator Kenan Malik constateert, wordt de samenleving ‘in toenemende mate niet meer in ideologische termen gedefinieerd, maar in termen van etniciteit, cultuur of geloof ’. Burgers stellen zich minder de vraag ‘in welk soort samenleving wil ik leven?’ en meer de vraag ‘wie zijn wij?’. En anders dan bij eerdere systeemveranderingen in de geschiedenis, dringen de huidige veranderingen door tot in de haarvaten van de samenleving. Want de verschuiving naar de vraag ‘wie zijn wij?’ lijkt zich door tot te trekken naar de vraag ‘wie ben ik?’.


Twee transformatiedrijvers liggen aan de basis van deze fundamentele veranderingen. Ten eerste diversificatie van de samenleving. Er is een ongekende diversiteit in cultuur, etniciteit, beroep, tijdsbesteding en betrokkenheid. Die diversiteit is duidelijk zichtbaar in superdiverse steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar de meerderheid van de bevolking een migratie achtergrond heeft. Ten tweede digitalisering van de samenleving door de opkomst van met name AI. Overheidsinstellingen, ziekenhuizen, rechtbanken en bedrijven maken steeds vaker gebruik van algoritmen bij het nemen van beslissingen VOOR en OVER burgers. Vaak op manieren die niet duidelijk, eenduidig of eerlijk zijn. En regelmatig met discriminerende uitwerking.


De mix van diversificatie en digitilasering van de samenleving resulteert in highly diverse, highly dynamic en highly digital communities, met overlappende tegenstrijdige en veranderende identiteiten gebaseerd op politieke, culturele, religieuze en andere waarden. Deze complexiteit maakt het voor burgers moeilijker om een verbeelding te maken van een toekomstige samenleving. Met andere woorden, het is voor burgers makkelijker de vraag te stellen Wie zijn wij, wie ben ik dan In welk soort samenleving wil ik zijn?


Ook de overheid, publieke en private organisaties worstelen met de opkomst van highly diverse, highly dynamic en highly digital communities. Beleidmakers zijn meestal nauwelijks bekend met wie de communities zijn, wat ze willen en kunnen bijdragen aan de samenleving. en hoe technologie kan helpen om hen te bereiken. In hun beleid en aanpak vallen ze daarom vaak terug op bestaande normen, waarden en grondregels zoals het recht op gelijke behandeling: we zien jullie, we erkennen jullie en we gaan jullie gelijk behandelen. Maar daar waar in het verleden gemeenschappen vochten voor gelijke rechten en behandeling, eisen zij nu erkenning voor hun anders zijn.


Kenan Malik constateert terecht dat gelijkheid steeds minder betekent het recht op gelijke behandeling óndanks verschillen in geslacht, etniciteit, cultuur of geloof en steeds meer het recht om anders behandeld te worden. Dat is niet helemaal onlogisch, want als het recht op gelijke behandeling in de praktijk niet werkt voor bepaalde bevolkingsgroepen, dan zullen die vragen om nieuwe wegen naar kansengelijkheid voor iedereen. Met die gedachte worden nu ook quota’s gebruikt om meer vrouwen aan de top te krijgen in organisaties omdat het maar niet wil vlotten met gendergelijkheid in Nederland. En met die gedachte hoorde ik de Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman onlangs zeggen dat voor gelijke kansen in het onderwijs soms ongelijke behandeling nodig lijkt.


In mijn ogen is de grootste uitdaging van deze tijd niet hoe gelijke behandeling bij gelijke situaties te waarborgen, maar hoe ongelijke behandeling bij ongelijke situaties te realiseren. Met andere woorden, kan kansengelijkheid gerealiseerd worden als een optelsom van gelijke behandeling bij gelijke situaties en ongelijke behandeling bij ongelijke situaties. Dit lijkt onbegonnen werk, want je moet verschillen en ongelijkheden, kunnen waarderen, letterlijk en figuurlijk. Maar misschien is dit mogelijk als de overheid en organisaties in de publieke en private sector buiten hun huidige kaders durven te denken. En technologie durven in te zetten om nieuwe normen en waarden te ontdekken in plaats van alleen oude in stand te houden of zelfs te versterken.


Technologie wordt nu volop ingezet voor personalized medicine, personalized advertising, political micro-targeting, personalized fraud detection etc. Waarom dan niet voor personalized empowerment van burgers? Deze vraag stel ik mijzelf al enkele jaren, en elke keer kom ik op hetzelfde antwoord. Overheden, publieke en private organisaties vinden het lastig een verbeelding hiervan te maken. Een verbeelding te maken van hoe samen te leven in een superdiverse, digitale samenleving?


Het rapport Citizens bringing the future forward, dat het resultaat is van een groot Europees onderzoeksproject, helpt deze verbeelding te maken. Het beschrijft vier scenario’s voor het jaar 2050. Elk scenario verbeeldt daarbij ‘een radicaal andere toekomst’ ten opzichte van de wereld die we kennen. De vier scenario’s zijn verdeeld langs twee dimensies. De dimensie top-down- versus bottom-up bestuur maakt onderscheid tussen enerzijds samenlevingen waarin bestuurlijke macht en verantwoordelijkheid worden toevertrouwd aan internationale, nationale en regionale overheden en anderzijds samenlevingen die uitgaan van de wijsheid van de massa en van empathie als organiserend en bestuurlijk principe. De dimensie globale versus lokale focus beschrijft enerzijds samenlevingen die lokale ontwikkelingen niet los zien van globale ontwikkelingen en de wereld als digitaal verbonden zien en anderzijds samenlevingen die zich richten op lokale gemeenschappen, bronnen en processen.


De twee dimensies resulteren in vier toekomstscenario’s die een mogelijke Europese samenleving beschrijven, met nieuwe vormen van bestuur, onderwijs en economie. In alle scenario’s is de burger invloedrijk in het vormgeven van de toekomst: van respectievelijk een ‘economische eenheid’ en een ‘punt’ in een netwerk, tot een ‘Europese burger’ en een ‘mens’.


De vier scenario’s helpen ook om veranderingen in de huidige samenleving te duiden en te sturen in de richting van gewenste samenlevingsvormen. Ze helpen bijvoorbeeld om de verschuiving van het recht op gelijke behandeling naar het recht op verschillende behandeling in een groter kader te plaatsen, namelijk binnen de strijd tussen top-down-en bottom-up bestuur. Zo ook de verandering van de mens als passieve consument naar de mens als burger die mede met behulp van technologie innoveert voor zichzelf en voor anderen.


Ook de dimensie globale versus lokale oriëntatie biedt een goede basis voor duiding van allerlei transformaties in de samenleving. Zo is er een groeiende behoefte aan milieuvriendelijke wijken en gemeenschappen, met fysieke contacten tussen mensen en tussen mens en natuur. Tegelijkertijd creëren globale techbedrijven als Google en Facebook een algoritmische wereld waarin burgers over de hele wereld consument zijn, en via allerlei manipulaties aan deze bedrijven worden gebonden. Een aantrekkelijk vooruitzicht voor leiders met autoritaire trekken, die vaak niet onder stoelen of banken steken dat ze leiders van toekomstige globale koninkrijken willen zijn.


Het jaar 2050 is nog ver weg. Hoe de diverse en digitale samenleving zich zal gaan ontwikkelen blijft moeilijk te voorspellen. Maar duidelijk is wel dat we ons op dit moment in een ‘tussentijd’ bevinden, waarin we aan alles merken dat grote transformaties onderweg zijn, zonder te weten in welke richting en welke vorm ze precies zullen aannemen.


In deze tussentijd bieden de transformatiedrijvers diversificatie en digitalisering een window of opportunity om de samenleving vorm te geven op manieren die voorheen niet denkbaar en haalbaar waren. Vooral op de intersectie van AI en diversiteit vinden spannende ontwikkelingen plaats. Traditionele concepten als eerlijkheid, privacy en ethiek die hun wortels hebben in de filosofie, worden opnieuw gedefinieerd in de context van de digitale samenleving. Zo ontwikkelen verschillende internationale onderzoeksgroepen eerlijkheidsmaten voor algoritmes, die rekening houden met de diversiteit aan en intersectionele ervaringen van mensen. Deze hernieuwde focus op de fundamentele vraag ‘wat is eerlijk?’ illustreert dat we aan een nieuwe tekentafel voor de toekomst zitten.


Aan het hoofd van deze tekentafel zitten nu de grote westerse techbedrijven, zoals Facebook en Google en oosterse overheden met een drang naar controle, zoals in China en Rusland. Zij hebben de tussentijd goed gebruikt om toe te werken naar een toekomst waarin burgers in dienst staat van hun controle- of verdienmodel. Een toekomst met globale oriëntatie en top-down governance, met de burger als economische eenheid dus. Dit toekomstscenario zal niet standhouden in een samenleving met een groeiende diversiteit aan mensen en een groeiende roep om democratisering van AI en het internet. De andere drie toekomstscenario’s – met lokale oriëntatie of bottom-up bestuur – hebben een kans van slagen als burgers aanschuiven aan de tekentafel of zelf een tekentafel vormen.


Hiervoor is het wel van belang dat overheden, publieke en private organisaties inzetten op maatschappelijke technologie, op maatschappelijke AI. Dat vergt bewustwording bij overheden, publieke en private organisaties over de kansen én potentiële risico’s van AI. Risico’s zoals systematische uitsluiting of discriminatie door algoritmen omdat makers van algoritmes zelf bewust of onbewust discriminerend of uitsluitend gedrag vertonen. Of omdat de data waarop die algoritmen worden getraind niet representatief zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen, zoals de documentaire Coded Bias goed laat zien.


Maar het vergt ook co-creatie van AI door overheden, bedrijfsleven, academia en civil society. In allerlei maatschappelijke domeinen wordt veel data verzameld, zoals over onderwijs, gezondheidszorg, welzijn en mobiliteit. Met behulp van AI kunnen nieuwe inzichten en oplossing daaruit worden gedistilleerd. Bijvoorbeeld eerlijker verdeling van overheids- en gemeentesubsidies over scholen en leerlingen om kansengelijkheid en inclusiviteit te vergroten. Dat maakt alleen een kans van slagen als ouders, scholen, gemeenten, overheid en andere stakeholders samen werken en continue terugkoppelen aan elkaar. Dit is ook waar wij naar streven met het Civic AI Lab.


Het is bovendien hoog tijd om te investeren in onderwijs zodat alle burgers en vooral de nieuwe generatie digitale geletterdheid en digitale gecijferdheid worden. Digitale geletterdheid omhelst zachte vaardigheden, zoals het kunnen opzoeken van informatie op het internet, en het kunnen onderscheiden van betrouwbare van onbetrouwbare informatie. Digitale gecijferdheid gaat om hardere vaardigheden zoals algoritmisch denken, coderen en programmeren. Zowel digitale geletterdheid en digitale gecijferdheid zijn hard nodig om eigenaarschap te krijgen in de toekomstige wereld.


Tot slot is het in deze tussentijd van belang dat we niet terugvallen op de vraag ‘wie zijn wij’. In de herziening van het onderwijscurriculum wordt burgerschap nog te sterk gedefinieerd vanuit ‘wie waren wij’ en ‘wie zijn wij’. Dat impliceert vaak uitsluiting van nieuwkomers, en van de ervaringen en ‘bagage’ die zij meebrengen om gemeenschappelijke waardes als vrijheid, waardigheid, creativiteit en democratie te versterken. Door ons in plaats daarvan te richten op de vraag ‘wie willen we zijn’ en ‘naar welke samenleving willen we toe’ kunnen we een inclusieve samenleving vormgeven. Dat vergt een inclusieve benadering van burgerschap en burgers.


Bronnen


Ghebreab, S. (2021). De nieuwe samenleving vraagt om digitale geletterdheid en gecijferdheid. In Brummer, C. & Groen, A. (Red.), Naar een nieuw kabinet van sociale rechtvaardigheid. Boom Uitgevers.


Malik. K (2017). Grasping Diversity, Embracing Democracy.


Forum for the Future. Citizens bringing the future forward: How can we unlock the power of citizen-led innovation to catalyse the shift to-wards a sustainable Europe? London: Forum for the Future, 2017.









Recent Posts

Contact

  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • YouTube

Sennay Ghebreab, room C3.254

Informatics Institute, University of Amsterdam

Science Park 904, 1098 XH Amsterdam

Email: s.ghebreab@uva.nl  Tel: +31-20-5252270